Boerenambachten in Zuid-Tirol

De Zuid-Tiroolse boeren waren lange tijd vrijwel volledig zelfvoorzienend. Bijna alles wat ze nodig hadden, produceerden ze zelf. Tijdens lange winteravonden werd er gesponnen, gevlochten, met pauwenveren geborduurd, genaaid, gebreid en hout gesneden. Men maakte gebruiksvoorwerpen als manden en kousen, maar ook kunstvoorwerpen als figuurtjes voor de kerststal en accessoires voor de zondagse klederdracht. Deze kunstnijverheid leverde in Zuid-Tirol vaak een bijdrage aan het gezinsinkomen en verbeterde de economische situatie in sommige dalen. Op die manier konden het kantklossen in het dal Tauferer Ahrntal en vooral het houtsnijden in de vakantieregio Val Gardena/Gröden uitgroeien tot een eigen bedrijfstak.